Geschiedenis
Hier zullen wij u een korte weergave geven van de geschiedenis van onze favoriet drank. Er is natuurlijk nog veel meer te leren en te weten over de geschiedenis van bier, maar met deze informatie heeft u een aardige achtergrond om mee te beginnen.
De oudheid
De eerste sporen van bier dateren van ongeveer 8000 jaar geleden. Het werd voor het eerst gemaakt in Mesopotamië, het huidige Irak. In dit land tussen de rivieren Eufraat en Tigris is bij opgravingen een kleitablet gevonden daterende van 6000 v.Chr. (links). Wetenschappers menen dat hierop het oudste bekende bierrecept vermeld wordt. Door de verovering van Mesopotamië verspreidde het maken van bier zich naar andere beschavingen in de oudheid. 
Het maken van bier in de oudheid lijkt niet erg op het brouwen zoals we dat tegenwoordig kennen. De grondstoffen waren wel grotendeels hetzelfde, maar het graan werd niet gemout en vervolgens gemaischt. Van het graan werd brood gebakken dat van binnen nog week was. Dit werd vervolgens in water geweekt en aan het gisten 'gebracht' (waarschijnlijk wachten op wilde gisten). Er zijn Babylonische kleitabletten gevonden met daarop instructies voor het maken van bier (rechts).
Hoewel het procedé vrij simpel is, was het toch mogelijk om verschillende soorten bier te maken. Het is bekend dat de Soemeriërs een tiental verschillende soorten bier hadden en de Babyloniërs minstens 34.
De Egyptenaren waren behoorlijk op hun bier gesteld en pakten het brouwen ervan dan ook groots aan. Er waren staatsbrouwerijen en bier werd als offerande gebruikt om de goden tevreden te stellen. Bier werd door de farao's aangeduid als goddelijk en door Ramses II, bijgenaamd de Brouwersfarao, aan strenge regels onderworpen. Het werd door Ramses III als zo goddelijk gezien dat hij vond dat het uit gouden bekers gedronken moest worden. De gouden bekers die door hemzelf en zijn gasten werden gebruikt hadden een inhoud van 3,5 liter. 
Bier was zo belangrijk voor de Egyptenaren dat er houten beelden werden gemaakt die het brouwproces moesten uitbeelden (links). Deze beelden werden meegegeven in het graf net als kruiken met bier. Helaas is het bier uit deze kruiken in de loop van duizenden jaren verdampt en is er nooit Egyptisch bier gevonden. Wel is er voldoende residu achter gebleven voor analyse, waaruit is gebleken dat de Egyptenaren bier maakten van verschillende soorten graan. Teksten uit het Nieuwe Rijk hebben dit bevestigd. Ook maakte bier onderdeel uit van medische recepten.
Bier bleef lange tijd belangrijk in Egypte. Rond onze jaartelling was Alexandrië, de stad die naar Alexander de Grote is vernoemd, het centrum van de biercultuur. Het bier dat daar het meest populair was, heette 'Rythos'.
Ongeveer 5000 v.Chr. kwam de kennis van het maken van bier Zuid-Europa binnen. Dit gebeurde via Israel naar Oost-Europa en via Zuid-Frankrijk. In tegenstelling tot de overheersende opvatting werd er door de Grieken en de Romeinen wel degelijk bier gebrouwen en gedronken. In die tijd maakte wijn echter de opwachting en dit was meer naar de smaak van deze twee volkeren. In tegenstelling tot de zuidelijke delen van het Romeinse rijk werd bier wel gewaardeerd in de noorelijke provincies.
In de ruines van een Gallo-Romeinse villa daterende uit de 3e of 4e eeuw zijn restanten gevonden van een bierbrouwerij. Dat bier het beter deed in de noordelijke provincies heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de wijnrank in die streken niet zo goed groeide als gerst. De Galliërs vervingen de stenen potten met houten tonnen.
De Romeinen introduceerden dus het bier bij de Germanen en Kelten. Daar nam het bier weer de plaats van belangrijkste drank in. De Germanen zijn de eersten die de stap van het bakken van brood overslaan en bier gaan brouwen direct van gekiemd en gedroogd graan
Bier in de middeleeuwen
Na de val van het Romeinse rijk als gevolg van talloze invallen van barbaren bleef het brouwen van bier populair in noordelijk Europa. De kerk nam een grote plaats in en de monniken hadden grote interesse in het brouwen van bier. Elk klooster had wel een eigen brouwerij en natuurlijk kwam er een beschermheilige voor de brouwers. Dit was Sint Arnoldus (rechts), die altijd werd afgebeeld met een roerstok.Monniken brouwden bier om in hun levensonderhoud te voorzien. Daarnaast was bier het enige betaalbare veilige alternatief voor water, omdat bij het brouwen van bier de wort gekookt wordt en zo de schadelijke microorganismen worden gedood. Dit was bij gewoon drinkwater niet het geval en men had in die tijd nog niet door dat het koken hiervoor zorgde. 
Inmiddels was de stap van het broodbakken overgeslagen, maar er waren toch nog aanzienlijke verschillen met het bier van tegenwoordig. Destijds maakte men namelijk geen gebruik van hop, maar van gruit. Dit is een kruidenmengsel dat ongeveer hetzelfde effect moet hebben gehad op het brouwsel als hop. Welke kruiden er precies gebruikt werden in gruit is niet bekend, maar men is vrij zeker dat gagel een belangrijk bestanddeel was.
Waarschijnlijk werd hop voor het eerst gebruikt aan het begin van de 9e eeuw. Voor zover bekend waren de monniken van het klooster Weihenstephan in Duitsland (links) de eersten die er gebruik van maakten. Zij erkenden als eersten de conserverende werking van de plant. Omdat in veel delen van Europa de machthebbers flink geld verdienden aan een soort belasting op gruit, de zogenaamde gruitrechten, en er een hele industrie rond gruit was ontstaan duurde het lang voordat hop algemeen gebruikt werd. In Nederland duurde het tot in de 14de eeuw voordat er hopbier gebrouwen werd.
Naast het brouwen in kloosters had in de middeleeuwen ook elk dorp een eigen brouwerij en de meeste steden wel meer dan één. De brouwers gingen zich ook steeds meer organiseren. De eerste gilden werden in het begin van de 14de eeuw gevormd en werden een factor waar de machthebbers rekening mee moesten houden. 
Ondanks de populariteit van bier, het grote aantal brouwerijen en de samenwerking tussen de brouwers is er tijdens de middeleeuwen weinig nieuws ontwikkeld aan het brouwproces. De meeste brouwers leken zich meer te richten op het verhogen van de productie om zo een grotere winst te behalen. De brouwers waren hierin behoorlijk creatief. Zo werd door sommige brouwers de maisch twee keer gebruikt. Het eerste brousel werd voor een hogere prijs verkocht en het tweede brouwsel was voor de armen. Om te voorkomen dat dit de spuigaten uit liep en de kwaliteit van het bier te veel zou afnemen werden er verschillende 'wetten' uitgevaardigd. De bekendste hiervan is het Reinheitsgebot (rechts). Daarin werd vastgelegd dat bier alleen gemout graan, water en hop mocht bevatten. Dit werd met name in Duitsland gevolgd, want in landen als België was speciaalbier waarbij kruiden en extra suikers werden gebruikt erg populair.
Bier tot heden
De Renaissance was een gouden tijd voor brouwers. Gedurende die tijd waren brouwers rijke burgers die een hoog aanzien genoten. Vaak waren ze alleen eigenaar van de brouwerij en lieten ze het brouwen aan iemand anders over. Later kreeg bier veel concurentie van koffie en thee, maar de drank bleef relatief populair. 
Met de 19e eeuw kwam er weer een periode van innovaties op het gebied van bier en het brouwen ervan. Zo kwam in 1830 het eerst flessenbier op de markt in Duitsland en er werden door wetenschappers verschillende processen verklaard. De bekendste daarvan is waarschijnlijk de ontdekking van Louis Pasteur (links) dat gist een ééncellig organisme is en daarnaast ontdekte hij dat het verhitten van stoffen bepaalde microorganismen uitschakeld wat de houdbaarheid van bier verbeterd.
Het bier dat tegenwoordig veruit het meest gedronken wordt en door veel mensen ook direct geassocieerd wordt met het woord 'bier', is uitgevonden in de 19e eeuw. We hebben het dan over pilsener. Dit is uitgevonden rond 1840 in de Tsjechische stad Plzeň, waar het biertype zijn naam aan dankt. 
Het bier dat tot die tijd gebrouwen werd was altijd bovengistend en vaak van wisselende kwaliteit. In 1838 dumpten inwoners hele vaten Tsjechisch bier vanwege de slechte kwaliteit. In 1839 werd er besloten dat de stad een eigen brouwerij nodig had. Daarom werd de Burgess' Brouwerij gebouwd, tegenwoordig Plzeňský Prazdroj (rechts), en deze bestaat nog steeds. Deze brouwerij ging bier brouwen volgens de Beierse methode. Dit hield in dat het bier koud werd gelagerd en dat er ondergisten werden gebruikt. Dit bevorderde de helderheid, smaak en houdbaarheid van het bier. Het eerste pilsener werd in 1842 geproduceerd en zorde voor een sensatie. Bijkomend voordeel was de glasindustrie in Plzeň. Het drinkgerei werd van glas gemaakt en zo was het heldere goudblonde bier mooi te bewonderen.
Voor de koele lagering werd het bier opgeslagen in de grotten rond de stad. Dit veranderde in 1879 tot de Duitser Carl von Linde een koelmachine uitvond. Hierdoor kon het bier ook langer bewaard worden en worden getransporteerd. Tevens konden andere brouwerijen nu het bier uit Plzeň namaken en zo begon de opmars van het pilsener.
Omdat alle dorpen en steden eigen brouwerijen hadden die zich op de lokale smaak richtten was er een enorme verscheidenheid aan bieren in Europa. Dit veranderde helaas in de 20e eeuw. De opkomst van grootschalige commerciële bouwerijen en de twee wereldoorlogen zorgden ervoor dat veel kleine brouwerijen ophielden te bestaan. Sommigen werden overgenomen, anderen platgebombardeerd en weer andere moesten al hun koper afstaan tijdens de schaarsten gedurende de oorlogen. Na de tweede wereldoorlog kwam de brouwindustrie weer een klein beetje tot ontwikkeling, maar dit veranderde snel en tegen 1980 was er een enorme vervlakking op de biermarkt opgestreden. Er was nog maar een handvol brouwerijen die veelal aan een paar multinationals toebehoorden. Gelukkig is hier nu geen sprake meer van en is het speciaalbier in Nederland en heel Europa weer aan een opmars bezig. De diversiteit van brouwerijen en bieren neemt enorm toe en de interesse bij de bierdrinkers sluit hierop aan. Er zijn tegenwoordig nog maar weinig cafés waar alleen pilsener geschonken wordt en waar geen bier van hoge gisting te krijgen is. Ook is te zien dat de grote brouwers weer beginnen met het brouwen en op de markt brengen van hun seizoensbieren. Laten we hopen dat deze trend zich door zal zetten.
Mooi, de zomer is er weer en dan drinken we witbier. Onlangs hebben we de witbierproeverij gehouden en als winnaar is daar de Blanche de Bruxelles uitgekomen. Dat is dan ook het bier van de maand voor de afsluitende zomermaand. Een lekker vol witbier dat lekker verfrist en goed wegdrinkt. Neem er nog één, op de zomer!